De Wet collectieve warmte is aangenomen: wat betekent dit voor gemeenten en de warmtetransitie?

In de koude wintermaanden willen we zo goedkoop en zuinig mogelijk de verwarming aanzetten. Maar waar onze (groot)ouders nog lekker konden stoken met gas dat praktisch gratis uit Groningen kwam, werkt dat nu niet meer zo. 

Het huidige warmtesysteem is gebouwd op drie uitgangspunten die steeds minder waar zijn: gas is goedkoop, gas is geopolitiek ‘zeker’, en gas past binnen klimaatdoelen. Een warmtenet kan in veel gebieden beter zijn omdat het warmte als collectieve infrastructuur organiseert: één goed ontworpen systeem kan honderden tot duizenden gebouwen verwarmen met duurzame bronnen (zoals restwarmte, geothermie of aquathermie) en maakt het makkelijker om in de tijd te verduurzamen zonder dat elk huishouden telkens opnieuw hoeft te investeren. 

 

Warmte collectief of individueel organiseren is fundamenteel anders

Er is een fundamenteel verschil tussen het verwarmen met een CV-ketel of het aansluiten op een warmtenet. Dit gebeurt namelijk collectief en vergt flinke lange-termijn investeringen. Bij een warmtenet zit je als bewoner of ondernemer meestal vast aan één infrastructuur in je straat (leidingen in de grond) en daarmee feitelijk aan één leverancier. Het is namelijk onlogisch en duur om meerdere concurrerende warmtenetten naast elkaar te leggen. In feite heeft de aanbieder van de warmte dus een monopolypositie. In zo’n situatie werken de normale marktprikkels (concurrentie op prijs en kwaliteit) niet, en wil je dus af van een marktsysteem. Tegelijk is de impact voor burgers groot: warmte is een basisbehoefte. Met nieuwe wetgeving wordt het voor lokale overheden verplicht om hier regie op te nemen. 

Wet collectieve warmte

De Wet collectieve warmte (Wcw) is aangenomen en gaat in 2026 in werking. In de wet zijn een aantal ingrijpende regels voor warmtenetten in Nederland aangepast. De Wcw legt vast wie een warmtenet mag aanleggen en beheren, hoe de prijs voor warmte wordt bepaald, en welke rechten en bescherming bewoners en bedrijven hebben. 

Met de Wcw verandert het speelveld fundamenteel. De wet is ontworpen om publieke belangen zoals betaalbaarheid, betrouwbaarheid en verduurzaming, steviger te borgen. In de praktijk betekent dit: meer publieke regie, scherpere spelregels voor warmtebedrijven, en een duidelijkere positie voor lokale initiatieven zoals warmtegemeenschappen (groepen bewoners en/of ondernemers die samen collectieve warmte willen organiseren).
 

Waarom is het belangrijk?

De Wcw plaatst gemeenten midden in de warmtetransitie. Waar we tot voor kort vooral konden praten over plannen en visies, moeten gemeenten nu concreet vormgeven aan de infrastructuur voor warmtevoorziening. Eén van de belangrijkste nieuwe eisen is dat warmtebedrijven (de organisaties die warmte leveren via collectieve netten) voor meer dan de helft in publieke handen moeten zijn. Met andere woorden: een gemeente (eventueel samen met provincies en/of het rijk) moet het voortouw nemen en een meerderheidsbelang nemen in de lokale warmtebedrijven.

Dat is belangrijk omdat een warmtenet niet alleen een technische oplossing is, maar ook een basisvoorziening. Door publieke zeggenschap te organiseren, kunnen gemeenten beter sturen op publieke doelen: betaalbaarheid voor bewoners, betrouwbaarheid van levering én een versnelling naar duurzamere warmtebronnen. Het schuift de balans weg van puur commerciële belangen en versterkt de rol van publieke partijen in een systeem waar inwoners vaak geen echte keuzevrijheid hebben.

Een concreet voorbeeld zien we in Tilburg. Op 1 juli 2025 ging daar Warmtebedrijf Tilburg BV van start, volledig in publiek eigendom. Daarmee kiest de gemeente voor regie op de lange termijn: nieuwe wijken kunnen sneller worden aangesloten en bestaande stadsdelen kunnen planmatig worden meegenomen richting een CO₂-neutrale warmtevoorziening in 2050.

De Wet collectieve warmte vraagt om professionalisering van het regionale warmtenet

Gemeenten verschillen sterk in voorbereiding: sommige bouwen al aan publieke warmtebedrijven en samenwerkingen, terwijl andere nog zoeken naar een warmtevisie of geschikte bronnen. Dat verschil zit vaak in de ambitie van de colleges van burgemeester en wethouders.

Want de stap naar publieke warmtelevering vraagt het maken van keuzes. Zo moeten gebieden geografisch verdeeld worden onder aangewezen warmtebedrijven. Dit kan gedaan worden op basis van het enthousiasme van bewoners, of op basis van de beschikbaarheid van warmtebronnen, of is het niet gewoon makkelijk om de hele gemeente één grote warmtekavel te maken?

Het vraagt om projectmatige kennis, juridische scherpte en financiële professionaliteit. Zeker omdat de Wcw ook bestaande private netten raakt: hoe ga je om met overnames, aandeelhouderschap en risico’s zonder dat investeringen stilvallen? Op dit moment is er nog veel onduidelijkheid en is er bij veel gemeenten nog te weinig kennis.

Wie nu tijdig professionaliseert, kan sneller van plan naar uitvoering. En misschien nog belangrijker: kan bewoners en ondernemers beter uitleggen wat er verandert, waarom dat nodig is, en wat het hen oplevert. Uiteindelijk is dat de sleutel: warmtenetten werken pas echt als ze technisch kloppen én maatschappelijk gedragen worden.
 

Hoe Tilburg de regie pakt met een Warmtebedrijf

Tilburg laat zien hoe de Wcw gemeenten niet alleen een nieuwe verantwoordelijkheid geeft, maar ook een kans om echt regie te pakken. Door het Warmtebedrijf Tilburg BV te starten als volledig publiek warmtebedrijf, neemt de gemeente het voortouw in de warmtetransitie. Het resultaat is dat Tilburg zelf kan sturen op het tempo én de richting van de warmtetransitie. Dat maakt het makkelijker om nieuwe woonwijken direct aan te sluiten op een warmtenet en tegelijk planmatig te onderzoeken hoe bestaande stadsdelen kunnen volgen richting een CO₂-neutrale warmtevoorziening in 2050. 

Tegelijk laat Tilburg ook zien wat de keerzijde is: publieke regie vraagt om professionaliteit. Het is belangrijk dat er bij organisaties genoeg kennis aanwezig is om afspraken te maken en keuzes te kunnen onderbouwen. Warmtenetten zijn een publieke infrastructuur die je als gemeente zorgvuldig moet organiseren, samen met partners én met de wijk. Werk jij binnen de warmtetransitie en loop je tegen organisatorische, strategische of financiële vraagstukken aan? Wij denken graag mee over een stap richting een duurzame aanpak.
 

Wat kan Hieroo hierin betekenen?

De Wet collectieve warmte vraagt niet alleen om nieuwe keuzes, maar ook om nieuwe organisatiekracht. Hieroo zit op het snijvlak van beleid, uitvoering en samenwerking. We begeleiden gemeenten bij het maken van strategische keuzes rondom publieke warmtebedrijven, governance en regionale samenwerking. Daarbij helpen we om aan de slag te gaan: wie neemt welke rol, hoe organiseer je zeggenschap, en hoe houd je grip op risico’s en financiën.

Tegelijkertijd ondersteunen we bewonersinitiatieven en warmtegemeenschappen die een serieuze plek willen innemen in het warmtesysteem. We helpen hen bij het professionaliseren van hun organisatie, het scherp krijgen van hun rol en het gesprek met gemeenten en andere publieke partijen. Want lokaal eigenaarschap werkt alleen als het goed is ingericht en aansluit op de bestuurlijke werkelijkheid.

Onze kracht zit in het verbinden van werelden: bestuurders, beleidsmakers, projectleiders en bewoners. We brengen kennis en kunde in op het gebied van samenwerking en verandering, en zorgen dat plannen ook uitvoerbaar worden in de praktijk. Zo helpen we organisaties niet alleen te voldoen aan de nieuwe wet, maar vooral om de warmtetransitie zorgvuldig, gedragen en toekomstbestendig vorm te geven.