Een groener Den Haag kost geld, maar levert ook veel op
Als inwoner van Den Haag ervaar ik de stad altijd als een mooie combinatie tussen natuur en stad. Dus toen ik las dat Den Haag op plek 48 van de 50 steden staat als het gaat om de hoeveelheid groen op straat was ik erg verrast. Met deze kennis kijk je toch anders naar de stad en is het wellicht ook logischer dan je in eerste instantie zou denken. De stad zit als het ware ‘vast’ tussen de zee, de duinen en natuurgebieden. Hierdoor is jarenlang de stad steeds voller gebouwd zonder ruimte voor groen in de straat. Dus ook al kun je van vrijwel elke plek in de stad binnen een paar minuten fietsen in het groen staan; het is wel een grijze fietstocht.
Groen is gezond
Dat het fijn is om tussen het groen te wonen is een gegeven, maar dat het essentieel is voor een gezonde stad wordt wel eens vergeten. Een paar van de belangrijkste voordelen zijn betere luchtkwaliteit, minder sterfte door hitte, minder waterschade door opslag in de grond, meer opslag van CO2, betere biodiversiteit en betere akoestiek. Naast al deze voordelen zorgt het ook voor vastgoedwaardestijging, wat genoeg reden zou moeten zijn voor vastgoedontwikkelaars om te investeren in groen.
Wie gaat het dan regelen?
Een groenere woonomgeving is dus essentieel, maar wie is daar verantwoordelijk voor? We willen allemaal in een groene straat wonen. Maar bij de gemiddelde Funda advertentie staat een ‘onderhoudsvrije tuin’ vaak als hoogtepunt uitgelicht. Zoals met veel maatschappelijke vraagstukken is het een opgave die alleen samen goed uitgevoerd kan worden, waarbij de openbare ruimte door de gemeente vergroend kan worden, nieuwbouw door projectontwikkelaars en woningen/tuinen door de bewoners zelf. De uitkomst is voor iedereen positief; echter zijn de gevolgen niet altijd direct in financiële winst uit te drukken. Meer groen aanleggen en onderhouden kost geld, maar er zit ook een direct besparing in het koelen tijdens de zomer en lagere kosten voor waterbeheer. Indirecte gevolgen zijn waardestijging van vastgoed en gezondere bewoners. In een ideale wereld zou dat betekenen dat gemeentes, waterschappen, projectontwikkelaars, bewoners en misschien zelfs zorgverzekeringen bijdragen in de kosten.
In gesprek over groen
De ideale situatie klinkt mooi, maar ik hou ook van een praktische aanpak. Aangezien we bij SeederDeBoer en Hieroo erg goed zijn in het vertalen van bewonerswensen naar de missie van commerciële partijen zou ik heel graag eens aan tafel willen zitten met een projectontwikkelaar. De woningnood is hoog, dus elke vierkante meter wordt zwaar bevochten, maar een volgebouwde stad die in de zomer zorgt voor meer gezondheidsproblemen is ook niet ideaal. Door de wensen van bewoners beter in kaart te brengen en projectontwikkelaars in te laten zien dat groen ook voor waardestijging kan zorgen, denk ik dat we Den Haag samen een stuk groener kunnen maken. Natuurlijk moet de gemeente ook in gesprek gaan met bewoners om beter inzicht te krijgen op straatniveau waar en hoe er meer groen geplant kan worden. Het gebruik van sociale innovatie kan hier het perfecte middel zijn voor “het ontwikkelen van nieuwe, participatieve manieren van samenwerken die beter aansluiten bij de lokale behoeften”. Zulke oplossingen lijken vaak vanzelfsprekend, maar helaas zie ik het minder vaak dan ik zou willen. Daarnaast kun je je afvragen of er niet meer belanghebbenden zijn dan nu meegenomen worden in gebiedsontwikkeling. Een partij zoals de waterschappen kan veel profijt hebben van een hogere waterbergingscapaciteit. Al met al een uitdaging met veel belanghebbenden maar nog meer mensen die ervan profiteren.