Samen leven begint buiten: hoe de publieke ruimte ons opnieuw verbindt
We raken steeds vaker kwijt wat ons mens maakt: het contact met de mensen om ons heen. In onze systemen van beleid, infrastructuur en technologie lijkt de sociale verbinding naar de achtergrond verdwenen. Terwijl we in de basis sociale wezens zijn – bedoeld om samen te leven. Dat is precies waar het woord "samenleving" vandaan komt: samen leven.
Toch lijken we juist het ‘samen’ steeds minder vanzelfsprekend te vinden. We staren naar ons scherm in de trein, in de lift naar onze schoenen en van onze buren kennen we soms niet eens de naam. In het alledaagse contact – een groet op straat, een kort praatje bij de bakker – ligt echter de kiem van iets groters: het gevoel ergens bij te horen.
De publieke ruimte als voedingsbodem voor ontmoeting
Het is niet zo ingewikkeld: mensen hebben plekken nodig om elkaar te kunnen tegenkomen. In Een wereld van gemeenschappen beschrijven Floor Ziegler en Teun Gautier hoe gemeenschappen niet het resultaat zijn van plannen of programma’s, maar ontstaan als mensen elkaar opzoeken. Niet georganiseerd, maar organisch. Niet in geplande bijeenkomsten of grootschalige evenementen, maar in de toevalligheid van het dagelijks leven. De straat, het plein, de speeltuin of het park zijn de plekken waar ontmoeting zou moeten plaatsvinden. Toch zijn veel van die publieke ruimtes ontworpen op efficiëntie en doorstroming. Pleinen zonder zitplaats, wijken zonder verzamelpunt, straten die enkel als verkeerscorridor functioneren. Daarmee verliezen we de kans op het spontane gesprek, het onverwachte contact. Terwijl juist dat de kern vormt van een verbonden samenleving.
We willen ergens bij horen
We hebben allemaal de behoefte ergens bij te horen, om deel uit te maken van een groter geheel. Om iets te delen; een plek, een verhaal, een zorg. Gemeenschap betekent letterlijk: iets gemeen hebben. Maar om dat gemeenschappelijke te kunnen ontdekken, moeten we elkaar eerst ontmoeten.
Vincent Luyendijk, initiatiefnemer van diverse buurtprojecten, benadrukt dat juist het contact met de onbekende ander – de buurman die je nog niet eerder sprak, de voorbijganger in het park – ons helpt om ons ergens thuis te voelen. “Een samenleving is geen verzameling individuen, maar een web van relaties.” Het zijn die kleine, ogenschijnlijk vluchtige contacten die het sociaal weefsel van een buurt versterken.
Hoe we onze omgeving vormgeven, vormt ook ons
Marco te Brömmelstroet, hoogleraar Urban Mobility Futures, wijst erop dat de manier waarop we onze steden, straten en stoepen inrichten direct invloed heeft op hoe we ons tot elkaar verhouden. “De straat is niet alleen een transportcorridor, maar ook een sociale ruimte.” Ruimte voor langzaam verkeer, om te zitten, om te spelen – dat zijn allemaal uitnodigingen tot ontmoeting, tot menselijkheid.
Als we investeren in publieke ruimte die uitnodigt tot dit gedrag, dan bouwen we niet alleen aan mooiere steden, maar ook aan sterkere gemeenschappen. Zodra we elkaar vaker tegenkomen, groeten en af en toe een gesprek voeren, voelen we ons meer verbonden. Niet alleen met de ander, maar ook met de plek waar we wonen. We worden elkaars medebewoners in plaats van voorbijgangers.
Bij Hieroo zijn we ons als geen ander bewust van deze dynamiek. Het is de basis van Hieroo; wonen en werken in dezelfde stad. We begrijpen de lokale uitdagingen en kennen de mensen die ermee te maken hebben. Met die verbondenheid groeit ook de bereidheid om samen verantwoordelijkheid te nemen voor de omgeving. Vergelijkbaar met de groeiende verantwoordelijkheid die inwoners voelen zodra ze meer verbonden zijn met hun medebewoners en hun omgeving.
Van los zand naar samenwerkingspartner
Door simpelweg vaker met elkaar in contact te staan, zullen inwoners zich meer verbonden en georganiseerd voelen, met als gevolg dat zij een stevigere rol kunnen gaan spelen in grote maatschappelijke vraagstukken. Niet als consument of individuele kiezer, maar als betrokken gemeenschap. Dan kan de samenwerking tussen overheid en burgers écht gelijkwaardig worden. In hun visie op de samenleving anno 2024, schrijft de We Doen Het Samen-coalitie dat “er naast publiek-private samenwerking ook publiek-collectieve samenwerking van de grond is gekomen”.
Als de gemeenschap mee mag denken over de inrichting van haar eigen omgeving, wordt publieke ruimte werkelijk van en voor iedereen. De cirkel is dan rond: de samenleving bouwt mee aan de samenleving.
Waar het begint? Bij een groet
We hoeven geen grote systemen te ontwerpen. Wat we nodig hebben, is ruimte – letterlijk en figuurlijk – om elkaar te kunnen ontmoeten. Pleinen met bankjes, stoepen die uitnodigen tot een praatje, speeltuinen waar ouders elkaar leren kennen. Dáár begint het. Bij het kleine contact. Bij die eerste groet die kan uitgroeien tot een gesprek – en uiteindelijk tot een gemeenschap.
Verbind met anderen bij de Werkplaats van Utrecht
Om samen te werken aan de transitie van zorg naar gezondheid