Begin niet met een plan, maar met de mensen die er al zijn: observaties van Wijkverbinder Sanni Overweg

In veel buurten wordt hard gewerkt aan leefbaarheid. Er worden projecten gestart, subsidies verstrekt en nieuwe plannen ontwikkeld. Toch blijven veel maatschappelijke vraagstukken hardnekkig bestaan. Volgens wijkverbinder Sanni Overweg komt dat doordat oplossingen vaak worden bedacht vóórdat goed wordt gekeken naar wat er al aanwezig is in een wijk. 
 

Bewoners helpen elkaar dagelijks, ondernemers dragen bij aan hun buurt en organisaties zetten zich in voor maatschappelijke opgaven. Toch werken deze groepen vaak langs elkaar heen. Iedereen handelt vanuit zijn eigen rol, opdracht of belang, terwijl juist in de samenwerking veel kracht zit.

Als wijkverbinder voor het Nationaal Programma Samen Nieuw-West werkt Sanni in de Wegener Sleeswijkbuurt in Geuzeneld. Het werk als wijkverbinder draait niet om nieuwe projecten te ontwikkelen, maar gaat over het versterken van relaties, vertrouwen en samenwerking. Verbinding is daarbij geen doel op zich, maar een middel om bewoners, ondernemers en organisaties meer gezamenlijk eigenaarschap te geven over de ontwikkeling van hun wijk, om zo toe te werken naar een samenwerkstructuur zoals een wijkalliantie.

 

Begin bij de buurt, niet bij een plan

"Er wordt vaak snel gedacht in projecten, subsidies of interventies. Terwijl de belangrijkste vraag eigenlijk is: wat gebeurt hier al? Welke mensen zetten zich al in? Welke ideeën leven er in de buurt? En wie zouden elkaar kunnen versterken als ze elkaar beter weten te vinden?"

Daarom begint haar werk niet achter een bureau, maar in de wijk zelf. Door aanwezig te zijn, gesprekken te voeren en mee te lopen met bestaande activiteiten, leert zij de mensen kennen die de buurt dagelijks vormgeven.

Volgens Sanni ligt er vaak al veel kennis, betrokkenheid en initiatief in een buurt. De uitdaging is niet om iets nieuws te verzinnen, maar om ruimte te maken voor wat er al is. "Bewoners zijn niet alleen deelnemers aan een plan. Zij zijn mede-eigenaar van hun buurt. Als professional moet je niet beginnen met de vraag wat jij gaat organiseren, maar met de vraag wat bewoners zelf belangrijk vinden en hoe je hun kracht kunt versterken."
 

Meer invloed voor bewoners

Tijdens haar werk ziet Sanni regelmatig hoe groot de afstand kan zijn tussen de leefwereld van bewoners en de systeemwereld van organisaties en overheden. Bewoners kijken vanuit hun dagelijkse ervaringen, terwijl organisaties vaak werken vanuit beleid, regelgeving en procedures. Dat kan ervoor zorgen dat belangrijke signalen uit de wijk onvoldoende gehoord worden.

"Je bent continu aan het vertalen tussen verschillende werelden. Niet alleen zodat organisaties bewoners beter begrijpen, maar ook zodat bewoners daadwerkelijk invloed krijgen op besluiten die hen raken."

Volgens haar gaat participatie daarom verder dan mensen uitnodigen voor een bijeenkomst. Het gaat erom dat bewoners serieus worden genomen als gesprekspartner en dat hun kennis en ervaringen meewegen in de keuzes die worden gemaakt.
 

Participatie begint bij bestaanszekerheid

In Amsterdam Nieuw-West hebben veel bewoners te maken met financiële zorgen, gezondheidsproblemen of onzekerheid over hun woonsituatie. "Als je wilt dat mensen actief meedenken over hun wijk, terwijl ze dagelijks bezig zijn om rond te komen, dan vraag je eigenlijk iets wat niet altijd realistisch is."

Die ervaring heeft haar kijk op participatie veranderd. Volgens Sanni begint betrokkenheid bij het erkennen van wat mensen nodig hebben om mee te kunnen doen. Pas wanneer mensen ruimte ervaren in hun leven, ontstaat er ook ruimte om na te denken over de toekomst van hun buurt.

Dat vraagt van professionals dat zij niet alleen luisteren naar de meest mondige bewoners, maar juist oog hebben voor mensen die minder gemakkelijk aan tafel komen.

 

Versterk wat er al bestaat

Een voorbeeld waar Sanni trots op is, zijn bewoners die zich al jarenlang inzetten om buurtgenoten te helpen met aanvragen voor toeslagen en regelingen. Toen werd voorgesteld om nieuwe vrijwilligers op te leiden, bleek uit gesprekken met bewoners dat er al veel kennis en ervaring aanwezig was.

"Deze bewoners doen al ontzettend veel voor hun buurt. De vraag was niet hoe we nieuwe vrijwilligers konden vinden, maar hoe we de mensen die dit werk al doen beter kunnen ondersteunen en waarderen."

Samen met bewoners organiseerde zij een aanvraagochtend. Waar normaal enkele bewoners kwamen, meldden zich nu tientallen deelnemers aan. Niet omdat een organisatie dat had bedacht, maar omdat bewoners zelf mensen uitnodigden vanuit hun netwerk.

De volgende stap is onderzoeken hoe deze sleutelfiguren duurzaam ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld via een buurtbaan of andere vorm van waardering. Voor Sanni laat dit zien dat duurzame verandering begint bij het erkennen van bestaande kracht in de wijk.

 

Werken aan een wijkalliantie

Uiteindelijk gaat haar werk over meer dan verbinding alleen. Sanni werkt toe naar een wijk waarin bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheidspartijen niet tegenover elkaar staan, maar samen verantwoordelijkheid dragen voor de ontwikkeling van hun buurt. "De uitdaging is om te komen tot een wijkalliantie waarin bewoners niet alleen worden gehoord, maar als gelijkwaardige partner deelnemen aan de besluitvorming over hun wijk."

Verbinding is daarbij het instrument. Door relaties op te bouwen, vertrouwen te creëren en verschillende belangen bij elkaar te brengen, ontstaat langzaam de basis voor gedeeld eigenaarschap. Volgens Sanni zit daarin de toekomst van buurtontwikkeling: niet werken vóór bewoners, maar samen mét bewoners, ondernemers en partners bouwen aan sterke gemeenschappen.

 

Buurtwerk vraagt een lange adem

De resultaten van dat werk zijn niet altijd direct zichtbaar in cijfers. "Er wordt vaak gevraagd om meetbare resultaten. Maar de belangrijkste veranderingen zie je soms niet in een spreadsheet. Die zie je in bewoners die zich gehoord voelen, organisaties die elkaar weten te vinden en gemeenschappen die sterker worden."

Juist die veranderingen vormen volgens haar de basis voor duurzame vooruitgang. Een sterke wijk ontstaat niet doordat steeds nieuwe projecten worden gestart. Een sterke wijk ontstaat wanneer de mensen die er wonen, werken en ondernemen de ruimte krijgen om gezamenlijk vorm te geven aan hun eigen toekomst. Daarbij is de rol van professionals niet om het over te nemen, maar om de voorwaarden te creëren waarin die samenwerking kan groeien. Dat is uiteindelijk waar het werk van een wijkverbinder om draait.